Met de stok in de hand waant hij zich weer even daar waar hij vandaan komt, waar hij als mensenrechtenactivist niet langer zijn leven zeker was, Mauritanië, West-Afrika. Yero groeide er op in een herdersfamilie, zijn bijnaam ‘Gaynaako’, wat in zijn moederstaal ‘herder’ betekent, verwijst hier ook naar. Hij beschouwt zichzelf nog altijd als herder. Hij ontfermt zich alleen niet over een kudde, maar over de rechten van alle mensen die in zijn thuisland worden onderdrukt. Hij werkt nauw samen met Amnesty International waar hij zijn verhaal deelt en samen gezocht wordt naar oplossingen. Zijn verhaal deelt hij ook via zijn muziek, de teksten en melodieën zitten al in zijn hoofd, straks staan ze op het album waar hij nu aan werkt. Een tijdje bracht hij door in een vluchtelingenkamp, een tijdje in Amsterdam, met vier man op een paar vierkante meter, nu woont hij sinds een aantal maanden in Uithoorn. Het appartement is kaal en leeg, het is er stil, hij woont er alleen. Er zijn wel spullen, maar ze zijn niet echt ‘van hem’, hebben geen emotionele waarde, op de gebedsketting van zijn opa na. Het zijn slechts spullen. Ze maken van de ruimte een huis. Maar geen thuis. Toch is het niet de heimwee die overheerst, zijn optimisme, wilskracht en bevlogenheid daarentegen wel. En daar heb ik alleen maar heel veel bewondering voor.

// Yero ‘Gaynaako’ //